Van ‘de bedoeling’ naar doen wat er écht toe doet

Sinds een aantal jaren is de bedoeling omarmd door nagenoeg elke zorgorganisatie en gemeente.
Je kan geen koffieapparaat, zomerborrel of kerstviering bezoeken of het gaat om de bedoeling. Over het algemeen zijn er bestuurders, managers en beleidsbepalers die praten in mooie termen van “we maken mooie stappen, we werken steeds meer vanuit de bedoeling” en “wanneer ik op de werkvloer kom, dan zie ik steeds meer dat mensen de bedoeling omarmen”.

Maar wat is die bedoeling eigenlijk?

Het lijkt erop dat iedereen weet wat ermee wordt bedoeld. Mensen knikken. Ik voel mij dan soms wat dommig: heb ik het boek niet goed gelezen, moet ik nu mee knikken omdat ook ik weet wat de bedoeling is?

Een begrip waar niemand tegen kan zijn

Wanneer ik eerlijk ben, dan heb ik geen idee wat ze eigenlijk bedoelen. Natuurlijk alle betrokkenen en aanwezigen zijn het er vurig mee eens, want wie kan er nu tegen de bedoeling zijn, niemand toch? Want de bedoeling is goed, daar werken we beter door en daar wordt de zorg beter van en de burger blij.

Ik heb nog nooit iemand zijn hand zien opsteken en zeggen, ‘daar ben ik het niet mee eens’.
Of een vraag horen stellen, “Maar wat is de bedoeling nu precies?” of “Wie bepaalt eigenlijk wat de bedoeling is?”
Weet iemand of er meerdere bedoelingen zijn en kunnen die naast elkaar bestaan?
En over wiens bedoeling hebben we het eigenlijk?

Een moreel taboe

Het lijkt bijna een soort moreel taboe om hier vragen over te stellen, alsof iedereen dit begrip in stilte en zonder twijfel moet accepteren.
Maar wat betekent het concreet voor de dagelijkse praktijk? Men lijkt het begrip omarmd te hebben zonder het echt inhoud te geven, en als gevolg blijft “de bedoeling” een vage en soms holle term.

In de leefwereld hoor je niemand over ‘de bedoeling’

In de echte wereld, waar de dagelijkse interacties plaatsvinden, de zogenaamde leefwereld, hoor je echter niemand praten over “de bedoeling.”
Daar gaat het om meer concrete dingen: zorg verlenen, mensen helpen, en problemen oplossen.
Toch zien we steeds vaker dat de abstracte taal van “de bedoeling” wordt opgenomen in beleidsplannen, jaarverslagen en strategische visies, als een soort toetssteen voor hoe we zouden moeten handelen.

Een ding in plaats van een richting

In organisaties is de bedoeling een iets geworden, een ding.
Maar bij al die uitleg en woorden krijg ik geen idee wat zo’n organisatie echt belangrijk vindt.
Hoewel het gedachtegoed erachter waardevol is, komt door het gebruik van het containerbegrip de bedoeling degene voor en met wie en waarom we aan het werk zijn, weer buiten beeld.
Juist daar waar de mens voorop zou moeten staan, wordt die niet meer genoemd.

De paradox van de bedoeling

Op de werkvloer lijkt het vooral een los, abstract ideaal dat weinig relatie heeft met de realiteit van alledag.
Onbedoeld wordt de veelkleurigheid van de buitenwereld buitengesloten en komt er focus op beleidsplannen, op wat je moet organiseren, in processen borgen en als manager of bestuurder op moet sturen en controleren, zodat we allemaal volgens de bedoeling werken.

De paradox van de bedoeling is dat het steeds meer lijkt op een doel op zichzelf: een modewoord dat vooral dient om een bepaalde moraal of richting te suggereren zonder daadwerkelijke concrete inhoud.
Organisaties beweren dat ze “vanuit de bedoeling” werken, maar wat dat precies betekent, blijft vaag.

Wat als we het concreet maken?

Wat zou er gebeuren wanneer we de bedoeling vervangen door voor de cliënt/burger of samen met de cliënt/burger?
Dan krijg je uitspraken als:
“We maken mooie stappen, we werken steeds meer samen met de burger,”
en: “Wanneer ik op de werkvloer kom, dan zie ik steeds meer dat mensen de cliënt omarmen.”
Dat is toch veel mooier?

Terug naar de kern

Door de vage abstractie van de bedoeling te vervangen door iets concreets en persoonlijks, krijgen we een betere focus op de kern van het werk: mensen helpen en ondersteunen.
En kunnen we het gesprek voeren over wat we dan doen, voor wie, en wat dat voor onszelf betekent.

Want uiteindelijk gaat het om de vraag wat de organisatie echt belangrijk vindt en dat zou altijd de mensen moeten zijn die we willen helpen.